Door autumnbells om 15:44 op 4-3-2009, bekeken 752 keer
OORSPRONG: Duitsland
FCI CLASSIFICATIE: Groep 7 Sectie 2: Continentale Staande Hond met jachtproeven
ALGEMENE VOORKOMEN
Middelgrote tot grote jachtgebruikshond. Doelmatig werktype, mooi van uiterlijk en goed bespierd. Er moet duidelijk verschil zijn tussen het type van de reu en de teef.
BELANGRIJKE VERHOUDINGEN
Verhouding tussen de lengte van de romp ten opzicht van de schofthoogte ongeveer 12/11. Lengte van het hoofd. Van de neuspunt tot de aanvang schedel iets langer dan de aanvang schedel tot achterhoofdsknobbel. Voorhand: afstand van de elleboog tot het midden van de middelvoetsbeentjes is nagenoeg gelijk aan de afstand van de elleboog naar de schoft.
HOUDING EN KARAKTER
Veelzijde, gemakkelijk onder appel te brengen, gepassioneerde jachtgebruikshond met een vast karakter, die een systematisch en volhardent zoekgedrag toont, echter niet overdreven temperamentvol. Opvallend goede neus. Rooftuig en manscherp. Betrouwbaar in het voorstaan en bij waterwerk, opvallend lust voor het werk na het schot.
HOOFD:
Schedel
In harmonie met lichaamsgrootte en voorsnuit. Bij reuen breder dan bij teven, echter dient verhouding breedte van de schedel in goede proportie tot lengte van hoofd. In het midden van de schedel een verdieping. De achterhoofdsknobbel (jachtknobbel - occiput) licht tot matig zichtbaar. Achter de ogen een goed zichtbaar jukbeen. Uiterst geringe stop.
Voorsnuit
Neus: grote neusspiegel, uitstekend over de onderkaak. Donkervleeskleurig naar achteren overgaand in grijs.
Vang: De vang is lang en -vooral bij reuen- krachtig, van opzij bijna vierkant lijkend, in de omgeving van de hoektand ongeveer even breed(sterk).
De neusrug is recht of iets gewelfd, maar nooit naar onderen doorgebogen.
Lippen: De lippen zijn matig overvallend en zoals het gehemelte vleeskleurig. Kleine mondvouw.
Kaken: Krachtig.
Wangen: Bakken gespierd en duidelijk ontwikkeld.
Gebit Het gebit dient volledig, regelmatig en krachtig te zijn.
Snijtanden moeten zich scharend bewegen (scharend gebit).
Ogen: De ogen zijn licht tot donker barnsteenkleurig, met intelligente uitdrukking. Als pup zijn ze hemelsblauw. Ze zijn rond en nauwelijks scheefstaand, oogleden goed aansluitend.
Behang: De oren zijn breed en tamelijk lang, ongeveer reikend tot de mondhoek, puntig aan de onderzijde en hoog en smal aangezet. Bij oplettendheid iets naar voren gedraaid en gevouwen.
HALS
Adelijk voorkomen en edel gedragen, toplijn gebogen, gespierd, nagenoeg rond, niet te kort en droog. Steviger wordend naar de schouder en harmonisch overgaand in borst- en ruglijn.

FCI CLASSIFICATIE: Groep 7 Sectie 2: Continentale Staande Hond met jachtproeven
ALGEMENE VOORKOMEN
Middelgrote tot grote jachtgebruikshond. Doelmatig werktype, mooi van uiterlijk en goed bespierd. Er moet duidelijk verschil zijn tussen het type van de reu en de teef.
BELANGRIJKE VERHOUDINGEN
Verhouding tussen de lengte van de romp ten opzicht van de schofthoogte ongeveer 12/11. Lengte van het hoofd. Van de neuspunt tot de aanvang schedel iets langer dan de aanvang schedel tot achterhoofdsknobbel. Voorhand: afstand van de elleboog tot het midden van de middelvoetsbeentjes is nagenoeg gelijk aan de afstand van de elleboog naar de schoft.
HOUDING EN KARAKTER
Veelzijde, gemakkelijk onder appel te brengen, gepassioneerde jachtgebruikshond met een vast karakter, die een systematisch en volhardent zoekgedrag toont, echter niet overdreven temperamentvol. Opvallend goede neus. Rooftuig en manscherp. Betrouwbaar in het voorstaan en bij waterwerk, opvallend lust voor het werk na het schot.
HOOFD:
Schedel
In harmonie met lichaamsgrootte en voorsnuit. Bij reuen breder dan bij teven, echter dient verhouding breedte van de schedel in goede proportie tot lengte van hoofd. In het midden van de schedel een verdieping. De achterhoofdsknobbel (jachtknobbel - occiput) licht tot matig zichtbaar. Achter de ogen een goed zichtbaar jukbeen. Uiterst geringe stop.
Voorsnuit
Neus: grote neusspiegel, uitstekend over de onderkaak. Donkervleeskleurig naar achteren overgaand in grijs.
Vang: De vang is lang en -vooral bij reuen- krachtig, van opzij bijna vierkant lijkend, in de omgeving van de hoektand ongeveer even breed(sterk).
De neusrug is recht of iets gewelfd, maar nooit naar onderen doorgebogen.
Lippen: De lippen zijn matig overvallend en zoals het gehemelte vleeskleurig. Kleine mondvouw.
Kaken: Krachtig.
Wangen: Bakken gespierd en duidelijk ontwikkeld.
Gebit Het gebit dient volledig, regelmatig en krachtig te zijn.
Snijtanden moeten zich scharend bewegen (scharend gebit).
Ogen: De ogen zijn licht tot donker barnsteenkleurig, met intelligente uitdrukking. Als pup zijn ze hemelsblauw. Ze zijn rond en nauwelijks scheefstaand, oogleden goed aansluitend.
Behang: De oren zijn breed en tamelijk lang, ongeveer reikend tot de mondhoek, puntig aan de onderzijde en hoog en smal aangezet. Bij oplettendheid iets naar voren gedraaid en gevouwen.
HALS
Adelijk voorkomen en edel gedragen, toplijn gebogen, gespierd, nagenoeg rond, niet te kort en droog. Steviger wordend naar de schouder en harmonisch overgaand in borst- en ruglijn.
LICHAAM
Toplijn: Van de gebogen halslijn gaat de toplijn via de goed geprononceerde schoft harmonisch in de relatief lange vast rug over.
Schoft: goed geprononceerd
Rug: De rug is vast en gespierd, zonder doorgezakt te zijn. Achter niet overbouwd. Een wat langere rug (raskenmerk) is geen fout. Lengte : schofthoogte = 12 : 11.
Croupe: Bekken lang en matig schuin staand.
Borst: De borst is krachtig, doch niet overmatig breed, met voldoende diepte (bijna tot de elleboog reikend) en met voldoende lengte. Goed gewelfd, zonder tonvormig te zijn, met lange ribben. Voorborst goed geprononceerd.
Buiklijn: De buiklijn is licht stijgend, de buik mag echter niet opgetrokken zijn.
Staart: Staartaanzet iets lager dan bij andere vergelijkbare rassen. Hij is krachtig en goed behaard. In rust hangend, en bij oplettendheid en bij het werk horizontaal of ook hoger gedragen.
Geslachtsorganen: Reuen moeten twee duidelijk normaal ontwikkelde teelballen vertonen, die zich volledig in het scrotum bevinden.
LEDEMATEN:
Voorhand
Algemeen: Gangwerk hoog, pezig, recht en parallel, maar niet te breed staand.
Schouders: Schouders zijn lang en schuin, goed aanliggend en krachtig bespierd. Goede hoeking van het schouderblad met opperarmbeengewricht.
Opperarmbeen: Opperarmbeen is schuin staand met voldoende lengte en kracht.
Ellebogen: Zijn vrij en recht gelegen. Naar binnen, noch naar buiten gedraaid
Onderarm: Is lang en recht staand.
Polsgewricht (voorknie): Is fors en sterk.
Voorpoten: Zijn gesloten en sterk, recht onder het lichaam staand. Tenen zijn goed gewelfd. Iets langere middentenen zijn raskenmerkend. Nagels zijn licht tot donkergrijs. Zoolballen stevig en goed gepigmenteerd.
ACHTERHAND
Algemeen: Poten zijn "hoog", pezig en goed gespierd, parallel staand, niet naar buiten noch naar binnen gedraaid.
Dijbeen: Van voldoende lengte, is sterk en goed bespierd.
Kniegewricht : Fors en sterk.
Onderbeen: Lang, pezen komen goed naar voren .
Spronggewricht: Fors en sterk.
Achtermiddenvoet: Pezig, haast loodrecht staand.
Achterpoten: Gesloten en sterk, zonder wolfsklauwen, verder zoals voorpoten.
GANGWERK:
Loopbeweging moet in elk tempo ruim uitgrijpend en vloeiend zijn. Bij het lopen gaan de voorbenen duidelijk parallel met de achterbenen. In galop lang en vlak. De rug moet in draf horizontaal blijven. Telgang is ongewenst.
HUID:
Sterk en goed, maar niet te strak, aanliggend.
VACHT:
Aard van beharing
De langhaar heeft zacht lang dekhaar, met of zonder onderwol. Zijn haar is glad of licht gegolfd. Bij de ooraanzet haar erover vallend, bij de oorpunten fluweelachtig haar toegestaan. De haarlengte aan de flanken is 3-5 cm, aan de onderzijde van de hals, de voorborst en aan de buik meestal iets langer. Goede bevedering en broek echter naar onder toe minder lang. Staart met goede pluim. Tussen de tenen behaard. Minder lang haar aan het hoofd. Dikwijls is de vacht van een langhaar pas goed ontwikkeld na zijn tweede levensjaar.
KLEUR
Zilver-, ree- of muisgrijs evenals tussenvormen van deze kleuren. Kop en behang (oren) meestal iets lichter. Witte aftekeningen zijn slechts in beperkte mate toegelaten aan de borst en de tenen. Een min of meer uitgesproken donkeren "aalstreep" op de rug is toegelaten. Uitgesproken bruine brand en witte tekeningen anders dan borstvlek of aan tenen betekent diskwalificatie.
GROOTE EN GEWICHT
Schofthoogte
· reuen 59 tot en met 70 cm (ideale hoogte : 62-67 cm)
· teven 57 tot en met 65 cm (ideale hoogte : 59-63 cm)
Gewicht
· reuen circa 30 tot 40 kg
· teven circa 25 tot 35 kg
Dijbeen: Van voldoende lengte, is sterk en goed bespierd.
Kniegewricht : Fors en sterk.
Onderbeen: Lang, pezen komen goed naar voren .
Spronggewricht: Fors en sterk.
Achtermiddenvoet: Pezig, haast loodrecht staand.
Achterpoten: Gesloten en sterk, zonder wolfsklauwen, verder zoals voorpoten.
GANGWERK:
Loopbeweging moet in elk tempo ruim uitgrijpend en vloeiend zijn. Bij het lopen gaan de voorbenen duidelijk parallel met de achterbenen. In galop lang en vlak. De rug moet in draf horizontaal blijven. Telgang is ongewenst.
HUID:
Sterk en goed, maar niet te strak, aanliggend.
VACHT:
Aard van beharing
De langhaar heeft zacht lang dekhaar, met of zonder onderwol. Zijn haar is glad of licht gegolfd. Bij de ooraanzet haar erover vallend, bij de oorpunten fluweelachtig haar toegestaan. De haarlengte aan de flanken is 3-5 cm, aan de onderzijde van de hals, de voorborst en aan de buik meestal iets langer. Goede bevedering en broek echter naar onder toe minder lang. Staart met goede pluim. Tussen de tenen behaard. Minder lang haar aan het hoofd. Dikwijls is de vacht van een langhaar pas goed ontwikkeld na zijn tweede levensjaar.
KLEUR
Zilver-, ree- of muisgrijs evenals tussenvormen van deze kleuren. Kop en behang (oren) meestal iets lichter. Witte aftekeningen zijn slechts in beperkte mate toegelaten aan de borst en de tenen. Een min of meer uitgesproken donkeren "aalstreep" op de rug is toegelaten. Uitgesproken bruine brand en witte tekeningen anders dan borstvlek of aan tenen betekent diskwalificatie.
GROOTE EN GEWICHT
Schofthoogte
· reuen 59 tot en met 70 cm (ideale hoogte : 62-67 cm)
· teven 57 tot en met 65 cm (ideale hoogte : 59-63 cm)
Gewicht
· reuen circa 30 tot 40 kg
· teven circa 25 tot 35 kg

Reageer op deze pagina
Wil je een link maken begin dan met http://